Ex-moslima Nabila getuigt hoe God levens om haar heen verandert: “Bij de islam moet je veel, maar Jezus wil een relatie”

Nabila werd geboren in een islamitisch gezin in Marokko. Op haar 2e kwam ze met haar ouders naar Antwerpen waar haar vader gastarbeider was. Toen ze 21 was, trouwde ze met een Marokkaan en ging in Amsterdam wonen. Later op haar 55e en na te zijn gescheiden, had ze een ontmoeting met God en kwam tot bekering. Maar daar bleef het niet bij.

Nabila ziet hoe God door haar bekering mensen om haar heen begint aan te raken, zoals haar nieuwe man en dochter. Ook voor andere mensen mag ze een getuige zijn. Gods genade strekt zich zelfs uit naar haar Islamitische familie die eerst niets van haar en haar geloof moest hebben.

“Toen ik christen werd had dat effect op de mensen om mij heen. Mijn dochter Nala had niets met de Islam, maar hield zich veel bezig met wereldse dingen. Toen ik tot Jezus kwam, begon zij zich af te vragen: wie ben ik dan eigenlijk? Ik ben Nederlands en Marokkaans. Ik ben islamitisch opgevoed, maar daar doe ik niets mee. Wie ben ik dan?

Ze zag aan mij dat ik steeds krachtiger in het leven stond. Dat was vooral nadat ik met een vriendin deelnam aan tien dagen bidden en vasten met Herman Boon. Daar werd ik ook bevrijd van de geest van religie, van Islam. Nala werd heel nieuwsgierig en wilde weten wat het verschil was tussen Ramadan en christelijk vasten. Ik vertelde dat het niet alleen vasten was, maar dat er ook mensen bevrijd werden. Vasten geeft daarnaast ook een geestelijke groei.”

Tranen
“Nala’s ex-vriend raakte ook nieuwsgierig en ik mocht met hem bidden. Gods Geest was sterk aanwezig en hij brak in tranen uit. Nala dacht: wat gebeurt hier? Dit moet wel echt zijn. Ik vroeg haar vaak of ik voor haar mocht bidden en uiteindelijk zei ze ja. Toen ik voor haar bad, brak ook zij in tranen uit en nam ze Jezus aan.”

Aangevallen
“Dat was vlak voordat ze in haar eentje op reis naar Bali ging. In landen als Indonesië is veel occultisme, dus ik was erg blij dat ze erheen ging nadat ze Jezus had aangenomen. Terwijl ze op Bali was, voelde ze zich vaak aangevallen door duisternis. Dan belde ze me weleens op en baden we samen.

‘Ik voel iets negatiefs in de hotelkamer’, zei ze op een keer. Ik bad voor haar tot ze rustig werd en legde haar uit dat angst niet van God is. Dat was nieuw voor haar. Daarna leerde ze om, elke keer als ze weer angst voelde, voor zichzelf te bidden.”

Op zoek
Wanneer haar dochter Nala tot bekering komt, gaat ook Nabila’s man op zoek. “Mijn man zag een verandering in Nala. Hij ging zelf op zoek en las een boek over Jezus. Uiteindelijk kwam ook hij tot bekering. Zo gebruikt God vaak mensen om anderen te bereiken.”

Dan besluit Nala zich te laten dopen. “Ze vroeg voor de grap aan haar stiefvader: ‘Wil je ook een nat pak, zullen we samen een nat pak halen?’ Hij stemde ook nog toe. Samen met een broer en zus die mij eerder al gedoopt hadden, mocht ik toen mijn man en dochter dopen.”

Kracht en moed
Nabila merkt dat sinds haar bekering haar leven erg ten goede is veranderd. Niet alleen omdat haar gezin nu Jezus heeft leren kennen, maar ook omdat ze meer kracht en moed heeft gekregen.

“Toen ik in Amsterdam woonde, ging ik eens met een groep evangelisten naar de Dam. Er was een discussie tussen Palestijnse activisten en Nederlanders met een Israëlische vlag. Een Palestijnse jongen werd heel agressief tegen een oudere man met een Israëlische vlag.

Ik liep naar de jongen toe en ik pakte hem vast. Toen begon ik voor hem te bidden. ‘Kijk me aan!’, zei ik daarna. ‘Hoe oud ben jij?’ Hij zei dat hij 19 was. Ik zei: ‘Je had mijn zoon kunnen zijn. Wat denk je dat er zou gebeuren als jij deze man aan zou vallen en er zouden ernstige dingen gebeuren? Dan beland jij in de gevangenis. Hoe zou dat voor je moeder zijn?’ Hij dacht na en zei: ‘Nee, dat wil ik niet.’

Ik ging verder en zei: ‘Luister, ik ben Marokkaans en ex-moslima. Nu heb ik Jezus in mijn leven en Hij is Degene Die jou kan redden, niemand anders.’ De jongen werd zo rustig en zei alleen nog maar: ‘Dank u wel mevrouw’. Dat soort dingen maak ik mee sinds ik Jezus ken. Hij geeft mij kracht en moed. Ik ben nergens meer bang voor.”

“Ik vertel hen dat je bij de islam veel moet, maar dat je door Jezus eeuwig leven ontvangt en een liefdesrelatie met god kan hebben.”

Liefdesrelatie met God
Nabila spreekt regelmatig moslims aan op straat om over Jezus te vertellen. “Maar ik doe het niet uit mezelf”, zegt ze. “Wijsheid van God is belangrijk. Het is belangrijk te doen wat Gods Geest op je hart legt, want je weet nooit wie je op je pad krijgt. Moslims vragen me vaak wat het verschil is tussen de Islam en christen zijn. Ik vertel hen dan dat je bij de Islam vooral veel moet, maar dat je door Jezus eeuwig leven ontvangt en een liefdesrelatie met God kan hebben. Het is geen religie, maar een relatie.”

Tijdens de pandemie heeft Nabila gemerkt dat veel moslims, maar ook andere mensen, openstaan voor een gesprek. “Ze vinden het mooi om te horen dat er een God is die voor hen zorgt. Ook staan ze ervoor open als ik voor hen wil bidden.”

Afvallige
Mooie dingen maakt Nabila mee, maar niet alles is altijd gemakkelijk. In de ogen van haar Islamitische familie is ze een afvallige geworden. “Ze denken dat ik de weg kwijt ben. Mijn oudste broer was altijd echt mijn maatje, maar nadat ik tot geloof kwam, heeft hij drie jaar lang geen contact meer gezocht. Maar ik houd van mijn familie en ik bid voor ze.”

Getuigenis
Toch merkt Nabila ook dat dwars door alles heen, God Zich uitstrekt naar haar islamitische familie. Anderhalf jaar geleden kreeg ze het op haar hart om samen met een vriendin haar 89-jarige vader in Antwerpen te bezoeken. “Die dag heb ik mijn getuigenis mogen delen. Hij luisterde ernaar en was alleen maar heel stil.

Eerst twijfelde ik of hij het had begrepen. Mijn stiefmoeder (mijn moeder overleed op 61 jarige leeftijd) zei dat hij een beetje doof was en het waarschijnlijk niet goed had gehoord. Maar mijn vriendin zei dat ik luid en duidelijk had gesproken en dichtbij hem had gezeten. Hij moet het wel gehoord hebben. Voordat we naar huis gingen, vroeg hij me: ‘Bid jij nog?’ Ik geloof dat God hem aangeraakt heeft. Afgelopen november is hij helaas overleden.”

Later had ik een keer mijn stiefmoeder aan de telefoon. Ze had veel verdriet over de dood van mijn vader en huilde erg. Ik mocht voor haar bidden en haar over God vertellen. Een week na het gebed vertelde ze me: ‘Sinds jij voor mij hebt gebeden, heb ik rust.’ Ik zei: ‘Dat is nou de levende God. Dat is de Here Jezus.’ “

Reacties

Vergelijkbare artikelen

Nieuwsbrief

Lees dagelijks wat God doet in Nederland!

Laatste artikelen