Kai getuigde tegen zijn verhandelaar

De dertienjarige Kai* voer op het Voltameer in een klein vissersbootje en werkte zich in het zweet om netten naar binnen te halen. Tot hij ineens een telefoon hoorde afgaan. Kai keek in het diepe water, waar zijn vriend Kobby* net in was gedoken. Daarna keek hij naar de overgaande telefoon en besloot hem op te nemen. Het was een van de zonen van zijn baas. “Vertel Kobby dat de politie eraan komt,” klonk zijn opgewonden stem. “Ren zo snel mogelijk de bosjes in en verstop je.”

Drie jaar eerder, op de laatste dag voordat de schoolvakantie zou beginnen, was Kai op school. Door het raam zag hij plotseling zijn tante en grootvader het schoolplein oplopen. “Zodra ik ze zag aankomen, rende ik weg,” vertelt Kai. Zijn moeder had hem namelijk verteld dat zijn tante van plan was hem van school te halen.

Verhandeld
Na een verhitte ruzie tussen Kai’s grootvader en moeder, kwamen ze overeen dat Kai’s tante hem tijdens de schoolvakantie mee mocht nemen. Ze zei dat hij zijn vader zou bezoeken die in een andere stad woonde. Maar na een reis van enkele dagen had Kai zijn vader nog steeds niet gezien, en ze kwamen aan bij de oever van een enorm meer. Zijn tante nam hem mee in een kano naar een afgelegen eiland.

Kai herinnert zich dat er veel kinderen waren op het eiland en dat een van de oudere meisjes hem waarschuwde: “Op deze plek zul je een hoop lijden meemaken.”

Al snel ondervond Kai dat zij gelijk had. Na vijf dagen op het eiland, kreeg hij te horen dat het tijd was om mee te gaan vissen. Hij moest peddelen, water hozen en het meer induiken om verstrikte netten los te maken. Een keer werden ze op het meer overvallen door een onweersbui. Kai: “Er begon steeds meer water in de boot te komen. We probeerden te hozen, maar het was geen doen. Uiteindelijk moesten we uit de boot springen en zwemmend de wal zien te bereiken.”

Lorem
Kai woonde bij de visser en zijn vrouw die hem geregeld sloegen. Op die pijnlijke momenten miste hij zijn moeder het meest. Het viel Kai op dat de kinderen van zijn baas goed werden verzorgd, maar hij en de andere verhandelde kinderen werden over het hoofd gezien en verwaarloosd.
Kai’s kleren waren al snel gescheurd en helemaal versleten, maar de visser weigerde nieuwe kleren voor hem te kopen. In hun vrije tijd pakten Kai en zijn vrienden hun eigen kleine netten en vingen vis zodat ze die konden verkopen. Het geld gebruikten ze om hun eigen kleren te kopen.

Redding
Toen Kai het telefoontje over de politie kreeg, wist hij dat ze hem kwamen redden. Toch was hij doodsbang. Hij wist namelijk dat hij zou worden mishandeld als hij de visser en zijn zonen niet gehoorzaamde, dus rende hij het bos in en klom in een boom. Daar bleef hij de hele middag, tot de politie het eiland had verlaten.

De politie had genoeg bewijsmateriaal en de visser besefte dat hij geen kant op kon. Uiteindelijk gaf hij Kai aan bij het politiebureau. Kai’s tante, die hem bijna drie jaar eerder had verhandeld, was daar al. “Ze zei me dat als de politie me vroeg wie me naar het meer had gebracht, ik moest zeggen dat het mijn moeder was. ‘Oké,’ zei ik.”

Politie
Maar toen de politie het hem vroeg, vertelde Kai hen vol vertrouwen de waarheid. Maanden later getuigde hij tegen zijn tante in de rechtbank.

“IJM-medewerkers vertelden me dat ik in de rechtszaal niet in de ogen van mijn tante mocht kijken. Ik mocht geen oogcontact met haar hebben. Dus probeerde ze mij in de ogen te kijken, maar ik negeerde haar. Ik voelde niets. Ik was niet bang.”

Nu, meer dan twee jaar na de redding woont Kai in een veilig tehuis voor kinderen, waar hij naar school gaat, voetbalt, in bomen klimt en dansroutines leert met de andere kinderen. Zijn droom is om piloot te worden.

*Kai en Kobby heten in werkelijkheid anders.

Dit artikel verscheen eerder op de website van IJM. Klik hier voor meer informatie.

Reacties

Vergelijkbare artikelen

Nieuwsbrief

Lees dagelijks wat God doet in Nederland!

Laatste artikelen