Prof. Henk Bakker over de ‘boetvaardige’ vroege kerk: “Men schoof niet zo gemakkelijk zonden onder het tapijt als wij nu geneigd zijn te doen”

Eén van de vitale kenmerken van de vroege kerk was haar nadruk op boetedoening, vertelt prof. Henk Bakker, theoloog aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. “Als iemand in zonde viel, was er meestal wel een weg terug, maar de permissieve cultuur die we nu in de kerk lijken te hebben, bestond toen niet. De weg terug voor vroege christenen was een proces van boetedoening”. De vroege kerk was in veel plaatsen en provincies een groeiende kerk. Henk Bakker vertelt in dit verhaal wat hun geestelijke wapens waren. Eenvoud, onderscheidingsvermogen en boetvaardigheid maakten daar deel van uit, zegt hij.

“De kracht van de vroege kerk was het eenvoudige evangelie. Het was een boodschap die mensen diep kon raken, zowel mondeling als schriftelijk.” Dat simpele evangelie werd overal verspreid, in Turkije, Griekenland, Italië, Spanje, Babylonië, Carthago, Egypte, Alexandrië, en overal waar het evangelie ingang kreeg, ontstonden eenvoudige gemeenschappen. Ondanks hun eenvoud waren deze gemeenschappen behoorlijk sterk, misschien wel dankzij hun eenvoud, omdat deze eenvoud hen terugwierp op God.” Bakker illustreert dit aan de hand van het onderscheidend vermogen van vroege christenen en hun bereidheid tot boetvaardigheid.

“Ondanks hun eenvoud waren deze gemeenschappen behoorlijk sterk, misschien wel dankzij hun eenvoud, omdat deze eenvoud hen terugwierp op God.”

De gemeenschappen die voortkwamen uit het gepredikte evangelie hadden de gave van onderscheiding nodig, vertelt Bakker. “Ze ontvingen de onderscheidingsgave van de Heilige Geest, waarmee men in staat werd gesteld om forse vraagstukken in die tijd op te lossen.”

Vraagstukken
“Vraagstukken waren er vele. Er waren misstanden in de kerk, er was druk van buitenaf, soms vervolging. Daar kwamen ook verdeeldheid en veelkleurigheid uit voort. Op die momenten vroegen vroege christenen zich af: ‘Wat vraagt u van ons, God?’
Bekende voorbeelden zijn Handelingen 4:1-31 en 15:1-29. In het eerste geval werd christenen verboden om nog van Jezus te getuigen en werd hun het zwijgen opgelegd. Daarop ging de gemeente in gebed om de situatie aan God voor te leggen.

In het tweede geval was onderling tussen christenen grote verdeeldheid ontstaan over de vraag of christenen uit de heidenen besneden moesten worden en zich aan de Joodse wet moesten houden. Ook hier vroeg men om onderscheidingsvermogen en schonk God die.

Ook bij zaken als huwelijk en echtscheiding, vergeving en geweld en andere kwesties zocht de vroege christelijke gemeenschap het Aangezicht van God. Er waren ook discussies over de vraag of christenen theaters en stadions konden bezoeken of niet.

“De Geest kan in de ene kerk de ene conclusie voortbrengen en in de andere kerk een andere.”

Sommigen meenden van wel, anderen meenden van niet. Zo waren er ook forse verschillen tussen vroegchristelijke gemeenschappen, maar die kwamen voort uit verschillen in beoordeling en onderscheid. De Geest kan in de ene kerk de ene conclusie voortbrengen en in de andere kerk een andere. Paulus liet de verschillen dan ook bestaan en schatte die naar hun eigen waarde in, als men maar ‘naar eigen geweten ten volle overtuigd’ is (Romeinen 14:1-21).”

Verloste gemeenschap
Deze elementen – de eenvoud van het evangelie, de sterke gemeenschappen en het onderscheidingsvermogen – maakte de vroege kerk een sterke kerk, vertelt Bakker. “Men was een verloste gemeenschap. De christenen waren ‘met Christus gedoopt en bekleed’. Dat hield in dat ze geen onderscheid maakten tussen mensen. Er was geen verschil tussen een ‘heer en een slaaf, een Jood en een Griek, een man en een vrouw’ (Galaten 3:27-29). Het gemeenschapsgevoel oversteeg de etnische en sociale geledingen.”

“Ieder had Christus nodig en een succesvolle christen had Hem niet minder nodig dan anderen.”

“Ieder had Christus nodig en een succesvolle christen had Hem niet minder nodig dan anderen. Ze waren samen verlost en in Christus had iedereen zogezegd een ‘gewond ego’. Of je nou tien talen sprak, of wit, zwart, of geel was, het onderscheid viel weg.”

Niet te kopiëren
Toch valt dit model van de vroege kerk volgens Henk Bakker niet te kopiëren naar onze huidige tijd, omdat er immers van geen model sprake is. “Je kunt niet denken: ‘Laat ik deze principes toepassen, dan komt er vanzelf een vitale gemeente.’ Het helpt je als kerk niet verder als je gaat nabootsen. De kerk leefde destijds ook in een hele andere tijd. Dat is met name te zien aan de vroeg-christelijke karakteristiek van de boetvaardigheid. Als er íets is wat de kerk van nu kan leren van de kerk van vroeger, dan is dat is boetvaardigheid. Dit was een cruciaal aspect in die kerken, en juist dit valt niet te kopiëren.”

“Je kunt niet denken: ‘Laat ik deze principes toepassen, dan komt er vanzelf een vitale gemeente.'”

“Er vielen toen ook christenen in zonden. Ze pleegden overspel, waren gescheiden, of lieten het evangelie los vanwege de verdrukkingen die plaatsvonden (het is namelijk niet waar dat elke christen zich zomaar liet oppakken, er waren er ook die niet bestand waren tegen de vervolging), en dan komt het erop aan, wat doe je met mensen die fouten maken en terug willen keren.”

Serieuze boetvaardigheid
Eén ding is zeker, dat ging bij hen minder makkelijk dan in onze tijd. In onze tijd moet het allemaal kunnen en je bent een hypocriet als je vindt dat mensen moeten boeten voor hun misstappen. In de vroege kerk werd wel serieuze boetvaardigheid gevraagd. Nogmaals, dit kunnen wij niet zomaar kopiëren en in onze tijdgeest veranderen. We kunnen ons er wel door laten inspireren.”

“In onze tijd zijn er leiders die zichzelf een soort ‘heldendom’ toedichten, die zichzelf als foutloos zien en zichzelf krampachtig overeind houden.”

“In onze tijd zijn er leiders die zichzelf een soort ‘heldendom’ toedichten, die zichzelf als foutloos zien en zichzelf krampachtig overeind houden. In de vroege kerk was de spiritualiteit anders en ging je samen je zonden belijden.”

Permissieve cultuur
Onze permissieve cultuur is zoals die is, zegt Bakker, “maar Ik heb er moeite mee dat leiders geen verantwoording afleggen over geld en ook veel zaken verbergen. Je kunt scheiden, je verhaal daarover tegen de borst houden en vervolgens doen alsof er niets aan de hand is. In de hoofdstroom van de vroege kerk kon dat bijvoorbeeld niet”.

Bakker geeft aan dat er in die tijd meestal wel een weg terug was. “Je had grofweg twee kampen, enerzijds die van het rigorisme, waar men van mening was dat als iemand een erge zonde had begaan, deze persoon niet meer in de kerk terug kon komen, en anderzijds de groep die mogelijkheid gaf tot boetedoening. Ik ben het meer eens met de laatste groep. Ik vind dat er altijd een weg terug is.”

Hervinden
Verder merkt Bakker op dat met het hervinden van de eenvoud, het onderscheidingsvermogen en nieuwe wegen van herstel (boetvaardigheid) de vitaliteit van de christelijke kerken in Nederland wordt versterkt. “In deze tijd van onzekerheid en het opnieuw uitvinden van zichzelf hebben christelijke gemeenschappen de gelegenheid om hier diep over na te denken. Het kan zijn dat God ons opnieuw op Hem terugwerpt om juist déze kwaliteiten opnieuw te ontdekken en te ontvangen.”

“Nogmaals, er bestaat geen tien-stappen-plan voor, maar wel moet er een diep verlangen naar ontstaan.”

“Nogmaals, er bestaat geen tien-stappen-plan voor, maar wel moet er een diep verlangen naar ontstaan. De kerk moet worden teruggevoerd naar haar dorst en honger naar God en het evangelie. Zo is de vroege kerk ontstaan, en zo zal ook de late kerk moeten leren leven”, stelt Bakker.

Steun de missie van Revive!
Help onze impact te vergroten!

Reacties

Vergelijkbare artikelen

Nieuwsbrief

Lees dagelijks wat God doet in Nederland!

Laatste artikelen