Wat is een apostel?

Het woord apostel komt uit het Grieks en komt van ‘uitzenden.’ Interessant genoeg schijnt het zijn oorsprong te hebben in het Oude Testament van de bijbel. In het oude Grieks zou het een betekenis hebben gehad die gerelateerd is aan zeevaart. In de Griekse vertaling van het Oude Testament (Septuagint), omstreeks 300 voor Christus, kreeg het de betekenis van ‘gezant’ of ‘gezondene.’ 

Tekst: Jan-Willem Meijer

De enige keer waar het woord apostel letterlijk voorkomt in de Septuagint is in 1 Koningen 14:6 waar de profeet Achia zegt dat hij een ‘harde boodschapper’ is, met een woord van God tegen koning Jerobeam. Als werkwoord ‘zenden’ komt het nog enkele keren voor. Als eerste in 1 Sam 9:16, waar God tegen Samuel zegt dat Hij een man zal zenden die hij tot koning moet zalven. Deze zal het volk Israël verlossen uit de macht van de Filistijnen. Maar het komt ook voor in de betekenis van zenden of ‘hand uitstrekken’, als actie van mensen en niet van God. 

In het Nieuwe Testament komen we het woord apostel voor het eerst tegen in Mattheüs 10. Eind hoofdstuk 9 zegt Jezus: “bidt de Heer van de oogst dat Hij arbeiders uitzende in zijn oogst.” Als een soort reactie daarop lezen we in hoofdstuk 10 hoe Jezus zijn twaalf discipelen roept en uitstuurt, en hier worden zij voor het eerst apostelen genoemd. Ze worden als koninklijke gezanten gestuurd, overal waar ze komen moeten ze het Koninkrijk van God proclameren, en zieken genezen, doden opwekken, melaatsen reinigen en boze geesten uitdrijven. 

Twaalfde apostel
Na de dood, opstanding en hemelvaart van Jezus lezen we in Handelingen hoe de discipelen bespreken dat de plek van Judas de verrader weer moet worden ingevuld. Jezus had immers twaalf apostelen aangewezen en het getal twaalf had voor het Joodse volk een bijzondere betekenis, denk bijvoorbeeld aan de twaalf stammen. Door te loten bepalen de discipelen dat Mattias de twaalfde apostel wordt. Sommigen hebben erop gewezen dat dit is gebeurd vòòr de uitstorting van de Heilige Geest en dus misschien menselijk handelen is geweest, en dat Paulus eigenlijk de twaalfde apostel had moeten zijn.

“Sommigen hebben erop gewezen dat dit is gebeurd vòòr de uitstorting van de Heilige Geest en dus misschien menselijk handelen is geweest, en dat Paulus eigenlijk de twaalfde apostel had moeten zijn.”


Dit natuurlijk omdat de rest van het Nieuwe Testament veel over Paulus spreekt en hij duidelijk veel voor de verspreiding van het evangelie betekent heeft. Toch vertelt de kerkgeschiedenis ook bijzondere dingen over Mattias (hij zou het evangelie hebben gebracht in Ethiopië en Macedonië) en verder worden er in het nieuwe testament nog wel meerderen als apostel omschreven (totaal zo’n 26).  

Het getal van de apostelen wordt voor het eerst uitgebreid in Handelingen hoofdstuk 13. In Antiochië, de eerste gemeente buiten Israël en Samaria waar we over lezen, waren mensen bijeen die in de gemeente werden erkend als profeten en leraars. Zij hadden een tijd van vasten en gebed en hoorden toen als groep onmiskenbaar van God dat zij Paulus en Barnabas moesten afzonderen voor het werk waarvoor God hun had geroepen. Uit de brieven van Paulus wordt duidelijk dat hij als roeping heeft verstaan om naar de heidenen het evangelie te brengen. Als deze twee samen de wereld intrekken en het koninkrijk van God verspreiden worden Paulus en Barnabas in hoofdstuk 14 voor het eerst ook apostelen genoemd.

“Uit deze geschiedenis maak ik op dat een apostel iemand is die door God wordt geroepen voor een specifiek werk, om het koninkrijk van God te proclameren in een gebied dat tot dat moment nog onontgonnen terrein is.”

Uit deze geschiedenis maak ik op dat een apostel iemand is die door God wordt geroepen voor een specifiek werk, om het koninkrijk van God te proclameren in een gebied dat tot dat moment nog onontgonnen terrein is. Wat mij betreft kan dat een geografisch gebied zijn, maar ook een bepaald volk in een overigens al wel bereikt gebied, of een bepaalde bevolkingsgroep. Zo wordt in de modernere tijd Hudson Taylor wel “de apostel van midden China genoemd,” en misschien zou je David Wilkerson wel als een apostel voor drugsverslaafden kunnen zien want hij bereikte een doelgroep die tot dat moment totaal onbereikbaar was voor het evangelie en zijn bediening vormde wereldwijd een ingang om deze doelgroep te bereiken. 

Tekenen
In voorgaande geschiedenis zien we ook dat een leraar of een profeet tot een apostel kan worden. Wat onderscheidt hen dan? Paulus spreekt in de Korinthe brief wel over de “tekenen van een apostel,” en uit de context blijkt dat het gaat om wonderen en tekenen. Zijn bediening is inderdaad door wonderen en tekenen gekenmerkt, maar anderzijds maken de evangeliën duidelijk dat deze voor iedere gelovige zijn. Wel mogen we verwachten dat God de prediking bevestigt met wonderen en tekenen, en in het bijzonder als God een nieuw gebied wil veroveren, omdat daarvoor wellicht een extra genade nodig is. 

In Ef. 2:20 staat dan nog vermeld dat het huis van God wordt gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten (terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is). In 1 Kor. 3 zegt Paulus eveneens dat hij voor deze gemeente een fundament heeft gelegd, namelijk Jezus Christus, en anderen moeten daarop voortbouwen. Hieruit valt op te maken dat het de taak van een apostel is om een fundament voor een beweging van God in een bepaald gebied te leggen. In de bediening van Paulus zien we ook dat hij na het vestigen van het begin vaak ook weer snel verder trok. 

“Concluderend is een apostel iemand die door God een specifieke roeping heeft om een nieuw gebied voor het koninkrijk van God te veroveren.”

Concluderend is een apostel iemand die van God een specifieke roeping heeft om een nieuw gebied voor het koninkrijk van God te veroveren. Het is interessant om op te merken dat wanneer Jezus de twaalf apostelen in Mattheüs 10 zijn instructies heeft gegeven, hij achter hen aan trekt om te prediken in hun steden (waren dit steden die zij voor het koninkrijk van God hadden ingenomen?). In het functioneren van de apostel zullen de kenmerken van de andere vier bedieningen ook terug te vinden zijn (evangelist, herder, leraar en profeet – Ef. 4) omdat zij in eerste instantie niet met een groot team van start gaan en deze functies alle nodig zijn bij de start van een nieuw werk.

Dit artikel is geschreven door Jan-Willem Meijer

Vergelijkbare artikelen

Reacties

Nieuwsbrief

Lees dagelijks wat God doet in Nederland!

Laatste artikelen